50 jaar na de Culturele Revolutie: wat het verwoestte van de traditionele Chinese cultuur
Op 6 oktober 1976, minder dan een maand na de dood van Mao Zedong, werd de radicale factie die bekendstaat als de “Bende van Vier”, onder leiding van Mao’s weduwe Jiang Qing, in Peking gearresteerd. Hun val betekende het einde van de Culturele Revolutie, die tien jaar had geduurd.
Vijftig jaar later is een groot deel van wat toen werd verwoest, nooit hersteld: tempels, historische voorwerpen, boeken en de normen en waarden die van generatie op generatie werden doorgegeven.
Om te begrijpen wat er verloren ging, is het belangrijk de Culturele Revolutie te zien als een van de vele politieke “campagnes” in communistisch China. In het Westen denken we bij een sociale beweging vaak aan een groep mensen die in opstand komt tegen onderdrukking en strijdt voor vrijheid of rechtvaardigheid. In China was de dynamiek grotendeels het tegenovergestelde: de bewegingen werden veelal door de staat aangestuurd. Sinds de Chinese Communistische Partij in 1949 via een gewelddadige revolutie aan de macht kwam, vormde “klassenstrijd” een van haar centrale leerstellingen. De partij heeft herhaaldelijk campagnes gelanceerd om groepen of ideologieën uit te schakelen die zij als een bedreiging beschouwde.
Begin jaren vijftig richtte de “Beweging ter onderdrukking van contrarevolutionairen” zich op religieuze groeperingen en andere organisaties die de officieel atheïstische partij als rivalen beschouwde. In 1957 bestempelde de ‘Anti-Rechtse Campagne’ meer dan 550.000 mensen, voornamelijk intellectuelen, als “rechtsen”. Samen legden deze campagnes een groot deel van de culturele elite van China het zwijgen op en effenden ze de weg voor de vervanging van de traditionele Chinese cultuur door de cultuur van de Communistische Partij.
De Culturele Revolutie (1966–1976) was de meest verwoestende van deze campagnes. Mao Zedong lanceerde de campagne in mei 1966 en mobiliseerde miljoenen studenten om als Rode Gardisten de revolutie uit te voeren. In augustus van dat jaar begonnen zij aan een campagne om de ‘Vier Ouden’ uit te roeien: oude ideeën, oude cultuur, oude gewoonten en oude gebruiken.
Tijdens deze campagne werd een groot deel van China’s vijfduizend jaar oude cultuur vernietigd. De Culturele Revolutie vestigde een persoonlijkheidscultus rond Mao Zedong en indoctrineerde de bevolking met zijn denkbeelden en manier van spreken. Oude relikwieën en antieke voorwerpen, kalligrafieën en schilderijen, klassieke boeken en heilige geschriften werden verbrand. Tempels en standbeelden werden met de grond gelijkgemaakt. In november 1966 vernielden Rode Gardisten de begraafplaats van Confucius en zijn nakomelingen in Qufu, de geboorteplaats van de filosoof. Miljoenen mensen kwamen om het leven. Traditionele Chinese feestdagen, omgangsvormen, vormen van vermaak en zelfs de cultuur als geheel zouden nooit meer hetzelfde zijn.
Nieuw leven blazen in wat verloren is gegaan
De Culturele Revolutie ligt achter ons, maar de Chinese Communistische Partij beschouwt het culturele erfgoed van China nog altijd als een bedreiging voor haar machtspositie.
In 2006 kwam een groep Chinese artiesten in New York samen met een missie: de traditionele, goddelijk geïnspireerde Chinese cultuur nieuw leven inblazen en met de rest van de wereld delen. Zo ontstond Shen Yun Performing Arts.
Met klassieke Chinese dans, een live-orkest, kostuums en eeuwenoude legendes brengt Shen Yun vijf millennia Chinese beschaving tot leven op het podium, van de Gele Keizer tot de pracht en praal van de Tang-dynastie. De verhalen dragen waarden uit die de Culturele Revolutie juist probeerde uit te wissen: moed, trouw, mededogen en deugdzaamheid.
Shen Yun is onafhankelijk van welke regering dan ook en werkt volledig zonder winstoogmerk, waardoor het kan genieten van echte artistieke vrijheid. Het gezelschap toert elk jaar de wereld rond, maar mag nog steeds niet optreden in China, het land waar deze cultuur is ontstaan.
27 oktober 2026
